Loading

Blog 10: Spanning voor een onbekende situaties

Elk mens en dus ook elk kind kent dat wel. Er staat iets nieuws te gebeuren. Dit kan van alles zijn: voor het eerst naar een nieuwe school, voor het eerst alleen naar school, naar een nieuwe sport, op kamp gaan en nog vele andere dingen. Je kent er nog maar weinig mensen of je weet niet precies wat je gaat doen.

Dit kan veel spanningen geven. Zoveel spanningen dat het voor sommige kinderen een belemmering wordt om iets nieuws te gaan doen. Soms vinden kinderen het lastig om er over te praten en krijgen allerlei klachten, zoals buikpijn of hoofdpijn. Je kind voelt zich ziek van de spanning. Voor hen zelf is ook niet altijd duidelijk dat deze klachten te maken hebben met de spanning voor het onbekende. Andere kinderen praten er wel over en spreken allerlei gedachten uit. Het gaat vaak om niet-helpende gedachten. Ik kan het niet. Andere kinderen zullen me uitlachen. Ik durf het niet. Ik doe het toch verkeerd. Ze zullen me stom vinden.

Als ouder ben je daarbij snel geneigd te zeggen dat het allemaal niet waar is en dat het best wel mee zal vallen en dat hoofd- en buikpijn klachten ook ineens weer over kunnen zijn. In principe is dit ook zo. Er zijn geen harde bewijzen dat de gedachten die je kind heeft waar zijn en vaak valt het ook allemaal best wel mee als het eenmaal achter de rug is. Toch is dit voor je kind nog geen werkelijkheid. Ze missen de ervaring dat dat ook zo is en de gedachten die ze hebben geven hen een heel ander gevoel.

Hoe komt dat? Je hersenen kunnen geen onderscheid maken tussen gedachten die wel en niet waar zijn.  Ook hebben de gedachten geen tijdswaarneming. Ook al is de situatie waar de gedachten over gaan, al gebeurd of nog nooit gebeurd, ze geven je een gevoel dat hoort bij de situatie die zich op dat moment afspeelt. Bijv. Gebeurtenis = je gaat over 2 weken voor het eerst naar een nieuwe school.  Gedachte = Ze gaan me uitlachen. Gevoel = verdriet en angst. Dat gevoel in je hersenen is levensecht op het moment van deze gedachte. Dit gevoel kan groeien als er meer niet-helpende gedachten bij komen. Gedachten die zorgen dat het nog meer als waarheid voelt. Als je broertje je uit lacht, omdat je ergens over struikelt. Deze situatie kan een bevestiging zijn van de gedachte; ze gaan me uitlachen. Zie je wel, mijn broertje lacht me ook al uit. Zo kan het gevoel alleen maar groter worden. Zo groot dat het gevoel van je kind zo alles overheersend wordt dat het niet wil gaan. Je kind wil de situatie vermijden. Je kind voelt zich ziek van de spanning.

Hoe kun je je kind hier bij helpen? Het is fijn voor je kind als het leert om te zien dat niet-helpende gedachten niet perse waar zijn en dat je ze om kunt zetten naar helpende gedachten die ook weer gepaard gaan met een helpend gevoel.

Er zijn een aantal manieren om de niet-helpende gedachten te lijf te gaan. Ik beschrijf er hier 3 die fijn zijn om met kinderen te doen.

  1. Schrijf alle niet-helpende gedachten op en ga kijken of je er helpende gedachten van kunt maken. Bijv. niet-helpend: Ik kan het niet. Helpend: Ik kan het wel. Ook al geloof je de gedachte nog niet, hij zal je helpen om je beter te voelen. Laat je kind maar eens benoemen wat het allemaal wel kan. En wat van al die dingen kan je kind gebruiken in deze situatie?
  1. Schrijf 1 niet-helpende gedachte op en ga samen kijken of het waar is. Kunnen jullie op feiten baseren dat de gedachte klopt. Bijv. Ze gaan me uitlachen. Is het al eens gebeurd? Weet je 100% zeker dat het nu ook gaat gebeuren? Hoezo dan? Als een soort politieagent verhoor je de gedachten. Als je dan weet dat het niet 100% zeker is dat het gaat gebeuren, kan er dan ook iets anders gebeuren? Probeer een kind te helpen met een positieve situatie. Ook deze weet je niet 100% zeker, maar zou ook kunnen gebeuren. Misschien kun je nog wel een aantal andere manieren bedenken over wat er kan gebeuren. Alles mag.
  1. Geef aan dat de niet-helpende gedachten maar gedachten zijn, hoe echt ze ook voelen. Je kunt de niet-helpende gedachten op sluiten in een kluis in je hoofd en ze er niet meer uit laten, geholpen door helpende gedachten. Of ze op een wolkje zetten en naar buiten blazen. Of verzin samen een eigen manier hoe je probeert om de niet-helpende gedachten weg te laten gaan. Dit helpt ook erg goed bij angsten bijv. als je kind bang is voor het monster onder zijn bed (nadat je zorgvuldig onder het bed hebt geïnspecteerd dat er geen monster zit). Soms kunnen gedachten namelijk blijven komen, terwijl je er helemaal niks mee kunt.

Ik begrijp dat dit best een pittig onderwerp is. Als je hier vragen over hebt dan hoor ik dat graag.

Leave Comment